Koekangerveld 1909

KOEKANGERVELD 1909

08-09-1909

DRIEVOUDIGE MOORD TE KOEKANGERVELD.

Een gruwelfeit, zóó vreeselijk en barbaarsch, als we hier in het Noorden gelukkig zelden of nooit te vermelden krijgen, is in den laten avond j.l. Donderdag, of in den nacht, gepleegd in het Koekangerveld, een eind ten Zuiden van de spoorlijn Meppel - Hoogeveen.
Daar woonde, in een eenvoudig, met riet gedekte woning, de 60-jarige schapenhandelaar Hendrik Bakker.
Als huishoudster, maar feitelijk met hem samenwonende als vrouw, diende bij hem de 35-jarige Hendrikje Bierma, de gescheiden vrouw van een Staphorster spoorwegarbeider, en verder als schaapherder de 20-jarige Jan Winters, een lichamelijk en verstandelijk achterlijk persoon, niet meer mans dan een jongen van zestien jaar.
Bakker was Donderdag naar de Meppeler markt geweest, had er twee koppels schapen, samen ruim 100 stuks, verkocht, en was met ongeveer f 600 aan geld naar huis teruggekeerd.
Hij was in opgewekte stemming; een vrouw aan het pad had hem een liedje hooren neuriën, toen hij voorbijging.
Op weg naar huis had hij ook nog gesproken met een van zijn beide zoons, die op een kwartier afstands wonen.
Op de markt te Meppel had de heer H. de Vries, die dicht bij Bakkers woning eenige bijenkorven heeft staan, hem verzocht, of Bakker hem 's anderen daags zou willen helpen bij het verplaatsen van die korven.
Ja, dat kon wel.
De heer de Vries was 's anderen morgens naar het Koekanger veld gegaan, maar toen hij te ongeveer halftien bij de woning van Bakker gekomen was, had hij tot z'n bevreemding gezien, dat nog niemand op was.
Bij wijze van gordijnen hingen couranten voor de ramen en de hond en eenige kippen liepen op het erf, maar van de bewoners vond hij geen spoor.
De hr. De Vries riep bij de voordeur, riep nog eens, maar kreeg geen gehoor.
Hij waagde een stap verder, want de deur stond aan.
In de woonkamer zag hij alles overhoop.

DE ONTDEKKING.

Nog dacht hij aan niets kwaads, want hij vermoedde, dat de huishoudster waschdag hield en wel buiten wekzaam wezen zou.
Maar ook daar zag hij niemand.
Hij begaf zich toen naar den bijenstal van Bakker.
Op weg daarheen zag hij in een slootje het vreeselijk verminkte lijk van den schaapherdersjongen liggen.
De jongen was blijkbaar eerst met een dikken stok half dood geslagen en daarna was hem nog een mes door de keel gehaald.
Vol afgrijzen wendde de heer de Vries zich af.
Juist kwam de dokter uit De Wijk aangereden.
De heer de Vries riep hem aan, waarna de beide mannen saam een nader onderzoek instelden.
Wat ze vreesden, werd bewaarheid.
In den hoek bij zijn omgeworpen stoel lag op den grond het lijk van Bakker, met afgesneden hals en een hevige wond aan het hoofd, waarschijnlijk veroorzaakt door een knuppelslag, 't kan ook zijn door een schot.
De witte tegeltjes aan den wand waren wel twee meter hoog bespat met bloed.
Tusschen de tafel en een hoop turven lag het lijk der huishoudster op een blijkbaar uit een bezem getrokken steel, dien ze waarschijnlijk nog tot verweer zal hebben gebruikt.
Zij was geworgd en had een schotwond boven het oog.
Alles in het woonvertrek was overhoop gehaald; ook het beddegoed van het bed, dat door Bakker en zijne huishoudster beslapen werd.
De moordenaar heeft misschien gehoopt in het bedstroo nog een verstopten spaarpot te vinden.
Op de tafel lag de portefeuille van Bakker; het bankpapier, dat hij in de portefeuille had geborgen, miste er uit.
De dief en moordenaar heeft echter een doos, waarin een zilveren oorijzer zat, laten staan, misschien wel, omdat het oorijzer merkbare teekenen had.
In de bedstede van den herdersjongen, dadelijk bij de deur, waren een paar steenen uit den buitenmuur gebroken.
Waarschijnlijk heeft de jongen in wanhoop nog beproefd een gat in den muur te maken om daardoor aan de moordenaarshanden te ontsnappen, maar toen hij er een paar steenen uit had, zullen de andere te vast gezeten hebben, het kan ook zijn, dat de moordenaar toen klaar is geweest met zijn beide eerste slachtoffers en daarop een aanval op den knecht heeft gedaan.
De jongen is er toen nog in geslaagd, het bed en de woning te ontvluchten, doch al te spoedig heeft de moordenaar hem achterhaald en neergeknuppeld.
Men kan zich ook de volgende voorstelling maken.
Eerst is blijkbaar Bakker vermoord. Deze lag 't verste van de bedstee af.
Terwijl de moordenaar met hem worstelde, schijnt de huishoudster er in geslaagd te zijn den bezemsteel te bemachtigen, en heeft zij gepoogd den man te helpen.
Daarop heeft de moordenaar de huishoudster onthalsd en is onmiddelijk den herdersjongen, die de kans schoon zag om te ontvluchten, nagezet.
Diens lijk lag in een diepe sloot aan den kant van Koekange, maar in de andere richting heeft men bloedsporen gevonden, benevens een onbevlekt broodmes en eenige lucifers.
De jongen schijnt dus eerst dien kant te zijn uitgevlucht, maar de moordenaar heeft hem achterhaald en bewusteloos geslagen en hem verder naar de sloot gesleept en hem daar ten overvloede nog een mes door de keel gehaald.

HET TIJDSTIP VAN DEN MOORD.

Wanneer is deze drievoudige moord gepleegd?
Waarschijnlijk tegen twaalf uur in den nacht.
De eene klok toch is, blijkbaar door het met geweld openslaan van de bedsdeur, scheef aan den wand komen te hangen en is toen blijven stilstaan op dertien minuten voor twaalf.
Bakker en zijne huishoudster lagen zeer waarschijnlijk reeds te bed, toen ze door den moordenaar overvallen werden, want beiden waren ze in nachtkleeren.
De huishoudster had slechts een lijfje en een rok aan; haar broek lag voor de bedstede op den grond.
En wie is de dader geweest?
Men is nog altijd zoekende, maar blijkbaar is het een bekende, iemand, die er wel aan huis kwam en die er van afwist, dat Bakker juist 'n f 600 had ontvangen.
Immers, de waakhond heeft zich koest gehouden; de naaste buren, die op 8 à 10 minuten afstand wonen, hebben niets gehoord.
Nu de hond zijn meester mist, ligt hij stil op een hoop aarde en heft van tijd tot tijd een klagend gehuil aan.
In een correspondentie van de Zwolsche Ct. vinden we veelbeteekenend vermeld: "De verslagene Bakker had twee gehuwde zoons, waarvan bekend is dat ze heel vaak ongenoegen hadden met hun vader".
Men moet al een vrij sterk vermoeden hebben en meerdere aanwijzingen daarbij, om zich zoo te mogen uitdrukken.
Men werpt de vraag op, of hier niet met succes politiehonden zouden zijn te gebruiken.
De lijken zijn naar Koekange vervoerd en daar gerechtelijk geschouwd.

NADERE BERICHTEN.

Uit Hoogeveen wordt aan het Nbl. v.h. N. gemeld:
Het onderzoek in het gruwelijk drama is in vollen gang.
Algemeen is de opinie van de politie, dat deze drievoudige moord met diefstal niet door één, maar door meerdere personen is pepleegd.
Gisteren, Zondag, toen wij nog weer eens een kijkje zijn gaan nemen op de plaats der misdaad, werd ons medegedeeld, dat door de politie een bloedspoor was gevonden bij een waterloop op de grens Echten - Koekange.
De belangstelling in deze zaak is groot.
Op de plaats zelve, waar anders haast geen sterveling komt, stond gisteren een driedubbele rij fietsen.
Het huisje is verzegeld, zoodat de nieuwsgierigen zich moeten tevreden stellen met een gezicht op het uitwendige, of met een blik door de kleine ruiten, waar men alleen nog kan zien de groote wanorde en het bloed op den met leem bedekten grond.
Zaterdag was er in Hoogeveen een beschonken persoon, welke werd aangezien voor den man der huishoudster.
Hij sprak in wartaal over het gebeurde, had eenige schrammen op zijn gezicht, en had een nieuw pak kleeren aan.
De politie, met een en ander in kennis gesteld, ging er op uit, om den man te zoeken, doch het bleek, dat hij een timmermansknecht was, die niet in betrekking stond tot het gebeurde.
Een boer in Koekange bewees dat de schrammen afkomstig waren van een val op de deel.

11-09-1909

DE DRIEVOUDIGE MOORD TE KOEKANGERVELD.

Nog altijd geen daders gevonden.
Nog heel niet er naar gezocht met politiehonden.
Heeft de justitie bijzondere redenen, om van die honden, die elders zulke treffende blijken van hun scherpen speurzin hebben gegeven, in dezen geen gebruik te maken?
Men kan moeilijk gissen, welke dan wel die redenen zouden kunnen zijn.
Verschillende personen zijn, onder eene kortstondige verdenking, in verhoor genomen, maar daarna weer op vrije voeten gelaten.
Alleen tegen één schijnt de verdenking van meer bezwarenden aard te zijn.
't Is zekere Brouwer, een bekend strooper, die vroeger te Koekange woonde en Maandag te Zuidwolde is aangehouden.
Hij is herhaaldelijk in verhoor genomen en wordt nog steeds in hechtenis gehouden.
Iets positiefs is echter nog niet gebleken.
Hij is Zaterdagmorgen te Staphorst geweest en heeft zich daar in een herberg zeer vreemd uitgelaten.
Bij zijn verhoor heeft hij dingen gezegd, die bij onderzoek bleken niet waar te zijn.
Maar meer dan zulke verdenkingen heeft men ook niet.
Van belang bij het opsporen van den dader kan nog het volgende zijn.
Onder het lijk van Bakker is, behalve een aan hem behoorende stok, een oude zweep gevonden.
En nu herinnert zich niemand van allen, die met Bakker omgingen, ooit die zweep te hebben gezien.
Het is een korte zweep met een heel korten slag, nog voorzien van een nieuw touwtje, een zweep zooals berijders van hondekarren wel gebruiken.
De justitie heeft ze in beslag genomen en stelt een uiterst nauwkeurig onderzoek in, niet alleen in Koekange, maar ook in de dorpen in den omtrek.
De vermoorde Hendrik Bakker was ondanks zijn 60 jaren een krasse man, die het wel tegen een veertiger kon opnemen.
Hij was bedrijvig en werkzaam en had de heide om zijne woning herschapen in vruchtbare akkers met aardappelen en boekweit.
Zijn beide zoons woonden vroeger bij hem in, maar sedert hij een jonge huishoudster genomen had en met haar leefde als man en vrouw, zijn ze van hem weggegaan en sindsdien is de verhouding vrij stroef gebleven.
Van den 20-jarigen schaapherder Jan Winters hebben we reeds gezegd, dat hij lichamelijk en verstandelijk een achterlijk persoontje was.
Het was een asthma-lijder, een zwakke, tengere figuur, niet geschikt voor zwaar boerenwerk, waarom hij zich als schaapherder had verhuurd.
Men weet, dat hij in doodsangst in zijne bedstede nog een paar steenen uit den muur heeft gebroken, hetzij om door het gat te ontvluchten, hetzij om hulp te roepen.
Maar de buren hebben niets gehoord.
Geen wonder trouwens, ook al mocht er geroepen zijn, want die buren wonen Oost en minstens tien minuten ver, en 't gat in den muur was aan den Westkant.
De op de tafel gevonden ledige portefeuille werd, volgens verklaring van bekenden van Bakker, niet meer door dezen gebruikt.
Zijn nieuwe portefeuille, waarin hij zijn geld bewaarde en die hij steeds bij zich droeg, is spoorloos verdwenen.
Men wil ook niet gelooven, dat den slachtoffers de hals is uitgesneden met een mes, maar neemt veeleer aan, dat ze met bijlslagen zijn vermoord.
Want welk een vreeselijke wond had die arme schaapherder!
Met een mes had men hem moeilijk zóó kunnen verminken.
Bij het lijk zijn een paar lucifers gevonden.
Heeft men willen zien, of de mond van het slachtoffer wel voorgoed tot zwijgen was gebracht?
Een even vreeslijke halswond toont het lijk van Bakker.
En Bakker zoowel als den schaapherder was de schedel ingeslagen.
Met den stompen kant van een bijl?
De huishoudster had een wond boven het rechteroog.
Aanvankelijk dacht men aan een schotwond, maar het onderzoek heeft uitgewezen, dat hier geen kogel is doorgedrongen.
Verder toonde de hals blauwe plekken en was de kaak verbrijzeld.
Het huis van den moord is al spoedig door de justitie verzegeld.
Niemand wordt meer toegelaten.
Maar de sensatie, die dit gruwelfeit heeft gewekt, is groot en zoo komen nog elken dag velen per fiets naar het moordhuis, om door de ruitjes te gluren en met eigen oogen de wanorde daarbinnen en de bloedspatten te aanschouwen.

***

Naar men aan de Zwolsche Crt. mededeelt, zijn thans de twee vermoedelijke daders gevat.
Een van hen moet inderdaad bovengenoemde Brouwer zijn, en een tweede persoon, zekere F., is Dinsdagmorgen in het Echterbosch aangehouden.
Toen politiemannen op hem afkwamen, sloeg hij op de vlucht.
De politie gaf hem een schot na, waardoor hij werd getroffen en toen viel hij haar spoedig in handen.
Brouwer is nog jong, in 't voorjaar pas gehuwd en staat bekend als een groot strooper.
F. is een man van middelbaren leeftijd en 't hoofd van een groot gezin.
Hij en de vermoorde dreven dikwijls voor gezamelijke rekening schapenhandel.
Brouwer was den dag voor den moord nog bij zijn ouders, die te Koekange wonen, aan huis geweest.
F. had afspraak met den vermoorde gemaakt, om 's nachts naar Emmen te gaan.
Hij is thuis  terug gekomen en heeft aan zijn vrouw gezegd, dat hij bij Bakker (den vermoorde) geen gehoor kon krijgen en dat hij nu alleen naar Emmen ging; hij is sedert niet weer thuis geweest, maar heeft zich vermoedelijk opgehouden in het Echterbosch.
Het is bekend, dat de beide verdachten B. en F. elkaar wel kenden; B. heeft vroeger ook te Koekange gewoond.
Maandagmorgen is door de politie op het terrein der misdaad een spaanschrieten stokje gevonden, waar vooraan een leertje was bevestigd en daaraan een zweepje, waarvan we hiervoren reeds melding hebben gemaakt.
De steel was met bloed bevlekt.
Nadere berichten bevestigen echter nog geenszins, dat de beide aangehouden verdachten werkelijk de daders zijn.
Van een bekentenis of eenig positief bewijs nog geen sprake.
Donderdagmorgen moest dan ook worden bericht, dat niettegenstaande de politie al het mogelijke doet, er nog niet het gerinste spoor is gevonden.
B. is Woensdagavond weer in vrijheid gesteld, maar Donderdag te Hoogeveen opnieuw in hechtenis genomen.
Er schijnen dus toch wel ernstige vermoedens tegen hem te bestaan.
De Asser Ct. meldt: "Van bevoegde zijde zijn wij gerechtigd mede te deelen, dat de vermoedens tegen den verdachte B. zoo bezwarend zijn, dat de officier van justitie termen gevonden heeft zijn voorloopige aanhouding te requireeren en de verdachte zoo spoedig mogelijk naar Assen zal worden overgebracht".
De beide zoons zijn Dinsdag in verhoor geweest voor den rechter van instructie.
De begrafenis der drie vermoorden heeft dienzelfden dag plaats gehad op het kerkhof te Koekange.
De deelneming was groot.

11-09-1909

DE MOORD TE KOEKANGE.

Te De Wijk is heden zekere van Achteren gearresteerd, omdat gebleken is, dat het zweepje, hetwelk onder het lijk van den vermoorde Hendrik Bakker gevonden is, aan hem (v. Achteren) toebehoort.

15-09-1909

DE DRIEVOUDIGE MOORD TE KOEKANGE.

Pieter Brouwer heeft bekend, medeplichtig te zijn aan den drievoudigen moord.
Aldus meldde Zaterdag een telegram aan De Avondpost.
Maar 't is niet bevestigd, wel tegengesproken.
Hoe dikwijls Brouwer, tegen wien de sterkste verdenkingen zijn gerezen, ook in verhoor is genomen, hij laat niets los en geeft geen antwoord op vragen, die hem in het nauw brengen.
De publieke meening heeft hem al sinds enkele dagen met den vinger aangewezen.
Van daar de ongemeene belangstelling bij zijne overbrenging Donderdag naar het huis van bewaring te Assen.
Zoowel te Meppel als te Assen stond het vol op het perron en men jouwde hem luide na, toen hij, in het rijtuig gestapt, haastig werd weggereden naar de gevangenis.
Nog een tweede verdachte werd tegelijk met hem opgebracht, maar die ander is nog denzelfden middag weer in vrijheid gesteld.
Beiden waren zwaar aan de handen geboeid, toen ze tusschen marechaussee en rijksveldwachters in, uit de spoorcoupé en in het rijtuig stapten.
Brouwer zei niets, de ander merkte nog op: "jonge, jonge, wat 'n volk!"
Zooals reeds gemeld, was Brouwer, na zijn eerste aanhouding Woensdagavond, weer op vrije voeten gelaten, bij gebrek aan bewijs.
Den volgenden morgen echter reeds ontving de rijksveldwachter Ebbinge te Zuidwolde een telegram van den officier van justitie te Assen, om hem opnieuw gevangen te nemen.
Brouwer was op dat moment bij zijn zwager Westenbrink te Hoogeveen.
Hij werd daar door de marechaussee in hechtenis genomen.
Hij schrok niet in het minst en nam de zaak heel kalm op, alsof hij overtuigd was, dat de justitie hem toch spoedig weder zou moeten laten gaan.
Hij had juist een fiets naar den reparateur gebracht en een paar nieuwe banden besteld.
In de volgende week zou hij ze komen terughalen.
Brouwer is een 28-jarig rijzig jongman van niet ongunstig voorkomen; hij weet zich netjes voor te doen.
Intuschen stond hij bekend als een geweldig strooper, die ook al eens veroordeeld is wegens bedreiging van de politie.
Hij is geboren 1 Maart 1881 te Havelte en was aanvankelijk kuiper van beroep.
In den laatsten tijd deed hij niets dan stroopen.
In 't begin van dit jaar is hij gehuwd en sindsdien woonde hij te Zuidwolde.
Volgens gerucht zou Brouwer ergens getracht hebben een bankbiljet van f 200 gewisseld te krijgen.
De politie doet onderzoek.
Bij huiszoeking in zijne woning heeft de politie een weggestopte onderbroek gevonden, die geheel met bloed was bevlekt.
Tegen den verdachte Klaas van Achteren, die Vrijdag voor den officier van justitie werd geleid, omdat sommigen met stelligheid beweerden, dat het gevonden met bloed bevlekte zweepje van hem herkomstig was, is nader niets positiefs gebleken, zoodat geen bevel tot inhechtenisneming tegen hem is uitgevaardigd.
Ook de verdachte F., die eenige dagen in hechtenis was gehouden, is weer op vrije voeten gesteld.

15-09-1909

ROEPEND BLOED.

De drievoudige moord te Koekange geeft het Friesch Dagbl. aanleiding tot het opnemen van een artikel omtrent de doodstraf.
Na eerst het gruwelfeit te hebben uitgebeeld zegt het blad:
Gode zij dank, de moordenaars zijn gevat.
Maar zij kunnen gerust zijn.
Zij zullen hun gerechte straf ontgaan.
Want Nederland stoort zich niet aan de Goddelijke ordinantie, volgens welke hij, die bloed vergiet, sterven moet.
Zij zullen hun gerechte straf ontgaan, want het rechtsgevoel van het Nederlandsche volk is afgestompt door allerlei goddelooze theorieën.
In schier alle beschaafde en christelijke landen, ja overal waar volkeren wonen, ontvangen de moordenaars hun gerechte straf.
Alleen in Nederland niet........
Neen, wij wenschen geen dagelijks wederkeerende doodmakerij.
Er is vroeger te veel, véél te veel geschavotteerd.
De instelling van de doodstraf wenschen wij omringd te zien met krachtige waarborgen, opdat er geen onschuldig bloed vloeie.
Maar dat Nederland Gods geboden veracht; dat in Nederland burgers als schapen kunnen worden geslacht, zonder dat de moordenaars hun gerechte straf ontvangen; dat onschuldig vergoten en ongewroken bloed van onzen bodem tot God roept; - dat snerpt ons door het hart!

18-09-1909

DRIEVOUDIGE MOORD TE KOEKANGE.

Er is een verrassende wending gekomen in deze zaak.
Pieter Brouwer, die zoo stil werd, na zich eerst met leugens te hebben vastgepraat - de man is strooper, heeft dus buiten allen moord om nog veel te verzwijgen, - Pieter Brouwer, die door de publieke meening reeds als met den vinger werd aangewezen als de dader, is plotseling, en nu reeds ten tweeden male, op vrije voeten gelaten.
En tezelfder tijd zijn in hechtenis genomen de beide zonen van den vermoorden en bestolen Hendrik Bakker, en later eveneens de vrouw van een dezer zonen.
Een treurig gezicht was het, zoo wordt uit Hoogeveen aan het Nbl. v. h. N. geschreven, toen we deze vrouw met haar zuigeling op den arm zagen voorbij trekken.
De hond sukkelde er achteraan.
Ook bij de kazerne was het trouwe dier niet weg te jagen.
Er schijnt dus iets aan 't licht te zijn gekomen, dat de justitie plotseling in andere richting zoeken doet.
Het draadje Brouwer wordt voorloopig losgelaten, het draadje eigen zoons wordt nu naarstig gevolgd.
Men zal zich herinneren, dat reeds den dag na den moord in een courantenbericht gezinspeeld werd op de beide zoons, met wie de vader, door zijn buiten echt leven met de huishoudster, op stuggen voet verkeerde.
We hebben toen nog opgemerkt, dat men wel vrij zeker wezen mocht in zijn vermoeden, om aan het te durven de zoons zoo onverbloemd als de schuldigen aan te wijzen.
We vernemen nu, dat ze zijn gearresteerd nadat een uitgewasschen onderbroek is gevonden, die aan een van hen blijkt toe te behooren.
Die broek schijnt op een ongebruikelijken tijd te zijn uitgewasschen.
Waarom?
Vertoonde ze bloedsporen?
Ze is opgezonden naar een laboratorium, dat onderzoeken zal, of er wel mogelijk nog bloedsporen in achtergebleven zijn.
Toen men het lijk van den jongen schaapherder vond, daar buiten bij het slootje, lag daar naast ook een met bloed en haar bekleefde moer van een kar of wagen.
De justitie heeft er eerst niet veel aanwijzing in gezien, maar is nu in eens groot belang gaan stellen in dit voorwerp, want het moest met den meesten spoed naar Assen worden overgebracht.
In het schapenhok van den vermoorde Bakker is door brigadier Spijker onder den mest een witte zak gevonden, inhoudende zilvergeld en een portemonnaie met eenig geld.
Door brigadier Van der Hoek is in een anderen hoek van den stal gevonden een portefeuille met f 250 en een blauwe zak, inhoudende f 50, totaal f 324.
De officier van justitie te Assen maakt bekend, dat een premie van f 400 wordt uitgeloofd voor zoodanige aanwijzingen, dat daarvan de veroordeeling van den dader of de daders het gevolg is.
Aan het N. v. d. D. wordt geschreven:
De afschuwelijke moord in het Koekangerveld is niet zonder invloed gebleven op de gemoedsstemming van de bewoners in dat gewest en aangrenzende streken.
Een algemeene vrees en onrust voor eventueele gelijksoortige, tragische gebeurtenissen drukt nu de bevolking dier oorden; vooral het vrouwelijk deel.
Velen gaan sedert bij elkander slapen, anderen schaffen zich wapenen aan.
Deze vreeslijke misdaad is in de Drentsche geschiedenis de wreedste, bloedigste en brutaalste, welke er in de laatste honderd jaar is gepleegd.

22-09-1909

DRIEVOUDIGE MOORD TE KOEKANGE.

Waarom zijn de beide zoons van den vermoorden Hendrik Bakker gearresteerd?
Alleen, omdat de politie een uitgewasschen onderbroek gevonden heeft?
Neen, er is nog iets, dat veel sterker verdenking geeft: het gevonden geld.
Het viel de politie op, dat in het huis van den vermoorde een kleine deur bijzonder stevig dichtgespijkerd was.
Waarom was dat gebeurd en wanneer?
Vóór of na den moord?
Wat had die deur te verbergen?
De marechaussees braken de deur open en kwamen in een kleine schaapskooi.
In het vuil werd geroerd en alles werd overhoop gehaald, en werkelijk, de moeite werd beloond.
De brigadier Spijker vond onder een plag een wit zakje met eenig zilvergeld, en ook de nog nieuwe portemonnaie van de huishoudster met eenig zilvergeld.
Even later vond de brigadier v.d. Hoek onder een andere plag de vermiste portefeuille van Bakker, benevens een blauwen zak met zilvergeld.
De portefeuille bevatte ongeveer f 250 aan bankpapier.
Gezamenlijk bedroeg het gevondene ruim f 324.
Nu was de gedachtengang bij de marechaussees de volgende.
Waren de moordenaars en dieven vreemden geweest, dan zouden ze het geld natuurlijk hebben meegenomen.
Alleen "eigen volk" zou, door het geld in de ouderlijke woning te verstoppen, op deze listige manier de politie op een dwaalspoor kunnen brengen, want die zou dan bij een huiszoeking in hunne woningen niets verdachts kunnen vinden, en later, als de geschiedenis zou zijn afgesleten en men niet zoo scherp meer toezien zou, zou het heel niet opvallen, wanneer eigen zoons in de afgelegen ouderlijke woning, die nu hun eigendom was geworden, het een en ander beredderden en dan tegelijk het geld meenamen.
Wel mogelijk zelfs zouden ze zulks reeds over enkele dagen doen.
Op die laatste mogelijkheid speculeerden de marechaussees.
't Geld werd secuur nageteld en ze teekenden precies aan, wat er was; ook de nummers van het bankpapier.
Daarna verstopten ze het weer net zooals ze het gevonden hadden, brachten alles in den ouden toestand terug en spijkerden ook de deur weer dicht.
En toen hielden ze nauwlettend de wacht, eenige dagen en nachten achtereen.
Maar 't had geen resultaat; niemand kwam opdagen, om het geld weg te nemen.
Maar mochten ze denken, dat zoons zoo in-verdorven en slecht zouden kunnen zijn, om samen te spannen tegen hun eigen vader en hem te vermoorden, neen beestachtig te slachten en te verminken?
En dan nog den schaamteloozen durf te hebben, van den volgenden dag eene overlijdens-advertentie te plaatsen, welke aanvangt: "Heden trof ons de gevoeligste slag onzes levens, door het zoo droevig overlijden van onzen geliefden Vader"..... enz.?
Toch schijnt de politie zulks mogelijk te achten.
Althans ze heeft de beide zonen gearresteerd en houdt ze nog steeds gevangen.
En ook de vrouw van zoon Klaas is een oogenblik onder verdenking geweest en gevankelijk opgebracht naar de marechaussee-kazerne te Hoogeveen, maar na eenige verhooren heeft men haar weer op vrije voeten gelaten.
De Meppeler Ct. wil echter niet gelooven, dat de politie met de arrestatie van de beide zoons den juisten draad in handen heeft gekregen.
Ook wint hoe langer hoe meer veld de gedachte - zoo zegt het blad - dat niet meerderen doch slechts één persoon het monsterachtig feit heeft bedreven.
Uit verschillende gegevens meent men vrijwel zeker te zijn op welke wijze dit nachtelijk drama is afgespeeld.
Uit de kleeding, die de verslagenen droegen toen men ze vond, is na te gaan, dat de vrouw zich reeds ter ruste moet hebben begeven en Bakker bezig zou zijn geweest zich te onntkleeden.
Toen zal waarschijnlijk de moordenaar op de ruit of aan de deur hebben geklopt en binnen zijn gelaten.
(Is dit een feit, dan was de moordenaar een bekende, daar men onbekenden in den nacht niet in zijn huis laat.)
De ellendeling heeft toen waarschijnlijk nog zitten praten met B.
Wat toen besproken is, kan men natuurlijk niet nagaan, doch zeer onverwachts moet de moordenaar op zijn slachtoffer zijn toegesprongen, hem met een stuk ijzer (waarschijnlijk een ijzeren bout waaraan de bewuste moer zat) een slag op den schedel hebben toegebracht, waardoor het slachtoffer duizelde.
Toen moet de moordenaar plotseling met een hakmes of bijl of een groot soort mes hem den hals hebben afgesneden.
Dat dit plotseling gebeurde, hiervan getuigen de bloedsporen, welke hoog op, tegen den muur zichtbaar waren.
Terwijl in een minimum van tijd dit beulenwerk werd verricht, moet de huishoudster, die zich in de bedstede schuil hield, deze hebben verlaten, in de haast de deuren der bedstede opengooiend.
(Dit bewijst de regulateur welke door een deur geraakt is en scheef kwam te hangen, waarop het uurwerk stil bleef staan op kwart voor twaalf.)
De vrouw is toen in den stal gevlucht, heeft den steel uit den bezem getrokken en heeft zich weer naar binnen gespoed om hulp te bieden.
Haar trof echter hetzelfde lot.
Ook de wonden van dit slachtoffer wijzen op eenzelfden dood.
Het knechtje Winters heeft tijdens deze slachting getracht een gat in den muur te krabben.
Toen hem dit niet gelukte, is hij ten einde raad door den schapenstal naar buiten gevlucht, in alle haast een broodmes grijpend om zich zoo noodig nog te kunnen verweren.
De moordenaar, zijn beulenwerk nog niet voldoende hebbende verricht, heeft den knecht achtervolgd.
Winters vluchtte naar den kant van Echten en schijnt zich verborgen te hebben achter den zodenwal.
Toen hij den moordenaar hoorde aankomen, schijnt hij van daar weder gevlucht te zijn in de richting van het huis.
Dààr, dicht bij den bijenstal in een droge greppel, heeft de moordenaar zich op zijn derde slachtoffer geworpen en ook hem, als ware het een dier, afgemaakt.
Bij den slag, dien de moordenaar den knecht toediende, schijnt de moer van de bout te zijn afgesprongen, althans hier vond men de moer liggen met bloed en haren bedekt.
Op bovenomschreven wijze is het best aannemelijk dat zich dit bloedig drama heeft afgespeeld.
Intusschen blijft de politie de beide zonen verdenken.
Van zoon Roelof is nog een zwarte jas, van zoon Klaas een grijze borstrok, welke verdachte sporen vertoonden, in beslag genomen.
Wanneer hun verhoor te Hoogeveen aanleiding blijft geven tot verdere verdenkingen, dan zullen beide verdachten ter beschikking van de justitie te Assen worden gesteld.
Omtrent het veelgenoemde zweepje moet ten slotte gebleken zijn, dat het Hendrik Bakkers eigen zweepje is geweest.

***

Een van de buren der vermoorden heeft thans aan de justitie medegedeeld, dat hij op den avond van den moord om 9 uur, even nadat hij gekerm had gehoord bij het huis van den vermoorden Bakker, de beide broeders nabij dat huis heeft hooren praten.
Beide broeders ontkennen bij het huis te zijn geweest.
De beide broeders zijn thans van Hoogeveen naar het huis van bewaring te Assen overgebracht, wat er op wijst, dat de justitie voldoenden grond meent te hebben voor hare verdenking.

25-09-1909

DE DRIEVOUDIGE MOORD TE KOEKANGERVELD.

Het nieuwe feit.
De buurman, die er meer van wist, véél meer, maar zwijgen bleef, drie weken lang, heeft gesproken.
De rijksveldwachter Mobach van Koekange kon al dadelijk niet gelooven, dat de buurman Gerrit Fernim absoluut niets vernomen zou hebben.
Telkens weer ondervroeg hij den man, en eindelijk dan heeft Fernim losgelaten wat hij weet.
't Komt, volgens de Mepp. Ct., hierop neer:
Op den avond van den moord, Donderdag 2 September, kwam Fernim des avonds circa 9 uur van Echten, alwaar hij een bezoek had gebracht aan zijn familie.
't Was vrij licht (afnemende maan).
Zijn weg voerde op 3 à 4 minuten afstand voorbij Bakker's woning.
De wind woei in zijn richting.
Hij hoorde, reeds vóór hij den akker van B. genaderd was, een angstgeschrei of gehuil, en hij meende, dat de hond mishandeld werd.
Hij zag toen iemand den boekweit-akker opsnellen (de vermoorde scheper Jan Winters) achtervolgd door twee personen.
Deze kregen den vluchteling te pakken (op de plaats waar later door den brigadier van Diest bloedsporen zijn gevonden).
Daarop rukte de vluchteling zich los en snelde achter langs het huis van Bakker in de richting ongeveer van het bijenstalletje (en de greppel waarin later het lijk van Winters gevonden werd).
Fernim vervolgde zijn weg en zag, voorbij het huis van Bakker gekomen, aan de andere zijde twee mannen, in wie hij de beide zoons van B. meende te herkennen, parallel met hem loopende; de derde persoon (Winters) zag hij niet meer.
Hij hoorde toen een der beide mannen zeggen: "Doar is nog volk", waarop de ander antwoordde: "O! dat is Fernim!".
Duidelijk herkende Fernim de stemmen van Bakker's beide zoons.
Hij was inmiddels bij zijn huis gekomen en riep z'n vrouw toe open te doen.
Dit is de verklaring, Zondag door Fernim afgelegd, eerst aan den rijksveldwachter Mobach, later aan den rijksveldwachter Kracht.
Laatstgenoemde is daarop direct Maandagmorgen met hem naar Assen gegaan.
Een verslaggever van de Mepp. Ct. had Maandag een onderhoud met de vrouw van Fernim.
Deze deelde hem mede, op den avond van den moord te half negen op den uitkijk te hebben gezeten naar haar man.
Haar oudste zoontje, een dreumes van een jaar of 3-4, wilde ook opblijven, want vader bracht van een bezoek aan z'n familie altijd wat lekkers voor hem mee.
De vrouw had om halfnegen nog licht zien branden in de woning van Bakker.
Duidelijk nam ze waar, hoe het venster nu eens donker, dan weer helder verlicht was, alsof de schaduwen van personen daarover gleden (de worsteling tusschen de onverlaten met Bakker en zijn huishoudster in 't nauwe vertrek?).
Te 9 uur was het duister geworden in de woning van Bakker.
't Was het uur waarop Fernim haar riep om open te doen.
Welke gevolgtrekking kan men nu uit deze verklaringen maken?
Deze: dat de moordenaars, bezig zijnde met hun laatste slahtoffer, Fernim in het maanlicht hebben opgemerkt en daarom zich verwijderden.
Later zouden zij dan teruggekeerd zijn om het gestolene weg te stoppen.
Fernim heeft eerst des Zaterdagsavonds aan zijn vrouw verteld 't geen hij gehoord en gezien had.
Doodsbang was hij uit de school te klappen.
Hij zweeg dus en met hem zijn vrouw.
En waarom spreekt Fernim eerst nu?
Is hij bezweken voor de uitloving der verleidelijke som van f 400 door den officier van justitie?
Neen, want de veldwachters hebben hem de woorden uit den mond moeten halen.
Was het dan gewetenswroeging, die den angst voor de wraak der moordenaars overwon?
Wij weten het niet.
Er komt ons ter oore, dat Fernim werkzaam was aan een te bouwen huis tegenover het station te Echten.
Men zei hem, dat hij wel iets omtrent de misdaad moest weten, en dat, indien hij niet sprak, men hemzelf voor den dader zou gaan houden.
Naar 't gerucht gaat trok Fernim zich dit zóó aan, dat hij het werk neerlegde en huiswaarts toog.
De groote vraag is nu maar: spreekt Fernim de waarheid?
De rechter van instructie te Assen staat voor een moeilijk geval.
De beide gebroeders Bakker ontkennen, dat zij op den bewusten avond nabij de woning van hunnen vader zijn geweest.
Ook hunne vrouwen ontkennen dit.
Beiden verklaarden, dat haar mannen te halfnegen thuis waren en naar bed gingen.
Klaas Bakker is gehuwd met Willempje van der Velde, een jonge vrouw van nette familie.
Ook deze heeft de verslaggever gesproken.
Zij was verontwaardigd, dat men haar met haar halfjarig kind op den arm had laten loopen door 't veld via Echten naar Hoogeveen, een zeer groote afstand.
(We deelden reeds mede dat de vrouw te Hoogeveen in verhoor is genomen, doch weer vrij gelaten werd.)
Ook zij verklaarde, dat haar man van des avonds circa halfnegen af thuis is geweest.
Geertje Hoekman, de vrouw van Roelof Bakker, verklaart hetzelfde van haren man.
Men ziet het hoe moeilijk de zaak is.
De brigadier der marechaussee vond, zooals we meldden, in den geitenstal van den vermoorde op verschillende plaatsen portefeuille, beurs, geldzak enz. onder heideplaggen.
Daaruit wordt afgeleid dat familieleden, of beter nog, erfgenamen een en ander daar verstopt hadden, daar hen door de politie met hare huiszoekingen het vuur aan de schenen werd gelegd.
Maar aan den anderen kant zegt men nu weer: ook Fernim, de naaste buurman, heeft dat geld daar kunnen bergen, Fernim, die op niet te besten voet met den vermoorde leefde.
Daartegenover staat weer, dat Fernim en zijn vrouw ook na den moord ruiterlijk erkenden dat hunne verstandhouding met den vermoorde en diens huihoudster niet te best was (met den scheper echter wel).
En dan vraagt men zich af: zijn Fernim tijdens zijn werken aan het huis tegenover het station te Echten de oogen geopend en is het toen tot hem doorgedrongen, dat hij door langer zwijgen verdenking op zichzelf laadde?
Vreemd blijft het, dat Fernim even voor zijn thuiskomst de gebroeders Bakker hoorde spreken en zijn eigen naam nog hoorde noemen, zonder dat hij hun vroeg of zij dat noodgeschrei ook gehoord hadden.
Of vermoedde hij reeds op dat oogenblik, dat de beide broeders die angstkreten hadden veroorzaakt en achtte hij het voor eigen veiligheid maar't beste niets te zeggen en in huis te gaan?
't Is thans aan den rechter van instructie te Assen een en ander te onderzoeken.
Hij zal Fernim en de gebroeders Bakker hooren, hij zal ze tegen elkaar laten spreken; ieder oogenblik kan de telegraaf ons nader nieuws brengen.
Men meldt uit Hoogeveen nog aan het Nbl. v./h. N.:
Bij de eerste huiszoeking bij Klaas Bakker te Koekangerveld werd in de lade van het kabinet een zakboekje gevonden van den vermoorden vader Bakker, waarin aanteekeningen voorkomen over den verkoop van schapen.
Uit het boekje, waarin de handteekening van Jan Winter (de vermoorde schaapherder) stond, misten eenige bladzijden.
Klaas Bakker kon geen opheldering geven over de herkomst van het boekje.
Aan de Tel. wordt nog geschreven:
Bij onderzoek ten huize van Klaas Bakker is verstopt gevonden een oude wagenas, waarop heel nauwkeurig past de moer, die bij het lijk van den vermoorden scheper Winters is gevonden.
Men acht dit een zeer belangrijke ontdekking.

29-09-1909

DE DRIEVOUDIGE MOORD TE KOEKANGE.

Men meldt aan de Ass. Crt.:
De politie ontdekte op het oorijzer van de vermoorde vrouw een bloedvlek, eveneens bloedvlekken in de bedgordijnen ten huize van den vermoorden Bakker.
Die vlekken zouden afdrukken zijn van bebloede vingers.
Oorijzer en gordijnen zijn naar Arnhem gebracht, waar de vlekken worden gephotographeerd en vergroot.
Afdrukken van de vingers der verdachten zijn te Assen genomen.
Teekenend zijn de woorden van den eenen verdachten Bakker, die antwoordde, toen rijksveldwachter Scholma hem arresteerde en tot hem zei, dat hij nog eens meegaan moest naar de woning van zijn vader.
"Daar hoef ik toch zeker niet alleen naar toe. Dan moet Roelf ook mee!"
Aan het N. v. h. N. wordt geschreven:
Naar ons wordt medegedeeld zijn de sporen van bloed, voorkomende in de kleeren, in beslag genomen ten huize van Klaas en Roelf Bakker te Koekangerveld, na onderzoek gebleken menschenbloed te zijn.
Beide gebroeders wisten geen opheldering te geven, hoe het bloed in de kleeren kwam.
Tegen beiden is thans door de rechtbank te Assen rechtsingang verleend.

27-10-1909

DE MOORD TE KOEKANGE.

De vorige week werden weer personen gehoord.
De justitie is dus nog steeds zoekende.
Te Koekange zelf is, volgens de Meppeler Ct., een gunstiger meening ontstaan ten opzichte van den mede-verdachte Roelof Bakker.
Zijn gedragingen na den moord moeten een veel gunstiger indruk gemaakt hebben dan die van zijn broer Klaas.
Hij toch was op den morgen na den moord - dus op het oogenblik toen behalve de moordenaars zelve nog niemand iets van 't gruwzaam feit wist - bij zijn arbeid heel rustig.
Zijn schrik bij 't vernemen der ontzettende tijding was dan ook echt en ongekunsteld.
Deze zelfde Roelof ook bood ten kantore van de Mepp. Crt. de gevoelvolle overlijdensadvertentie van zijn vader aan.
Naar men aan dat blad mededeelt, weigerde Roelof geen oogenblik het lijk van zijn vader te zien; Klaas daarentegen maakte eerst bezwaren.
Roelof gaf onmiddellijk te kennen politiehonden te gebruiken.
Hij moet voorts verklaard hebben dat, al was hij onschuldig, hij desnoods niet zou opzien tegen gevangenisstraf, maar de gedachte dat men hem hield voor medeplichtig aan den moord op zijn eigen vader, die gedachte vond hij ondragelijk.
Zoo zijn er meer dingen die pleiten voor Roelof.
Fernim, de buurman van den vermoorde, heeft verklaard niet de stem van Roelof te hebben gehoord, maar wel die van Klaas.
En Roelofs vrouw toont een onwrikbaar geloof in de onschuld van haar man.
Zij houdt steeds vol de bewering, dat haar man onmogelijk des avonds of des nachts de bedstede verlaten kan hebben.
Velen blijven de meening toegedaan, dat sommige bewoners van 't Koekangerveld meer weten dan ze zeggen.

27-10-1909

DE MOORD TE KOEKANGERVELD.

Het bevel tot gevangenhouding van de gebroeders Bakker is door de rechtbank te Assen met 30 dagen verlengd.

13-11-1909

DE MOORD TE KOEKANGERVELD.

Nog altijd geen licht.
Maar een voortdurende verdenking tegen de beide zoons, Klaas en Roelof, die zich sinds 20 Sept. te Assen in voorloopige hechtenis bevinden, welke hechtenis in 't laatst van October weer met dertig dagen is verlengd.
Uit den langen duur der instructie kan men afleiden, dat de justitie nog steeds geen volkomen zekerheid verkregen heeft en nog aldoor zoekende is.
Inmiddels is in de buurt, waar de misdaad is gepleegd, de publieke opinie gunstiger gestemd geworden ten aanzien van zoon Roelof.
Diens vrouw is met haar vader herhaaldelijk te Assen geweest.
Zij maakt een zeer gunstigen indruk en verzekert pertinent, dat haar man des avonds niet de deur uit is geweest.
Het heeft er dan ook allen schijn van, dat men ten aanzien van dezen verdachte geen houvast heeft.
En niet te verwonderen zou het zijn , als hij, na het verstrijken van den nieuwen hechtenistermijn van 30 dagen, 26 dezer op vrije voeten werd gesteld.
Anders is het gesteld met den anderen verdachte, Klaas Bakker.
Naar men mededeelt, wordt door dezen op alle tot hem gerichte vragen met neen geantwoord.
Een drietal personen beweren hem in den avond van 2 September gesproken te hebben, doch hij ontkent dat pertinent.
Inmiddels is gebleken, dat op de in beslag genomen kleedingstukken der gebroeders geen sporen van menschenbloed zijn gevonden.
Wat het onderzoek der vlekken op een oorijzer en bedgordijnen, gevonden in de woning van den vermoorden Bakker, heeft opgeleverd, is tot dusver nog niet bekend geworden.

04-12-1909

DE MOORD TE KOEKANGE.

Naar de Mepp. Crt. verneemt, is dezer dagen door de politie ten huize van Klaas Bakker te Koekangerveld, een scheermes in beslag genomen.
Volgens verklaring van vrouw Bakker heeft ze het mes, dat eenigszins verroest was, gehaald uit het huis van haar vader, die thans bij haar inwoont.

11-12-1909

KORTE MEDEDEELINGEN.

Te de Wijk en omstreken gaat thans hardnekkig het gerucht, dat bij den moord in het Koekangerveld ook eene vrouw zou betrokken zijn en wel eene vrouw in mannekleeren.
Nog verneemt het N. v. d. D., dat de vrouw van Klaas Bakker wederom naar Assen is geweest om gehoord te worden.

15-12-1909

DE MOORD TE KOEKANGE.

De Mepp. Crt. gelooft niets van de geruchten als zou bij den moord te Koekange ook een vrouw betrokken zijn.
Ook van het bericht, dat de vrouw van K. B. weer te Assen is verhoord, heeft het blad geen bevestiging kunnen krijgen.
Het blad schrijft: 't Wil ons veeleer voorkomen dat het onderzoek nu wel zachtjes aan gestaakt zal worden en de verdachten weer op vrije voeten worden gesteld.
Er lekt maar niets van uit.
Niettegenstaande al de drukte en moeite, niettegenstaande het vinden van geld in een geitestal, een moer bij het lijk van den gedooden scheper, een zakboekje enz., enz., niettegenstaande dit alles schijnt men nog precies even ver te zijn als in den beginne.
Het éénige probate middel, dat tot de ontdekking der daders zou geleid hebben, heeft men nagelaten - n.l. het gebruik van politiehonden.
Achterlijk Drenthe !

18-12-1909

DE MOORDZAAK TE KOEKANGE.

Een verslaggever der Asser Crt. heeft Roelof Bakker, die Woensdag uit de voorloopige hechtenis is ontslagen, in het station opgezocht.
Hij schrijft:
Roelof Bakker zat er in zijn pakje, zooals ze hem hadden opgepakt, terwijl hij bezig was te werken op het aardappelland, op klompen en in blauwe werkkiel, een oude pet op het hoofd.
Onrustig schoof hij heen en weer op de bank en telkens ging hij opstaan.
Heel spraakzaam was hij eerst niet, maar langzamerhand werd dit beter.
Toch was zijn verhaal sober, en gaf maar weinig nieuws.
Overmatig lastig gevallen met verhooren had men hem niet.
Zoo had hij eenmaal vijf weken achtereen geen verhoor ondergaan.
Vrijdag j.l. was hij het laatst voor de instructie geweest en Woensdagmiddag werd hem plotseling medegedeeld, dat hij ontslagen was.
Toen de opmerking gemaakt werd, dat hij er goed uitzag, gaf Bakker ten antwoord, dat hij dit geenszins te danken had aan het eten dat in de gevangenis verstrekt werd, maar dat hij zichzelf geregeld van het een en ander had kunnen voorzien, daar hem door zijn vrouw en zijn schoonvader geld toegezonden werd.
Ook de financieele schade woog bij den verdachte niet zwaar, maar wel dat hij nu voortaan in schande zou moeten leven.
Een schittering van verontwaardiging blonk in zijn donkere oogen en het ging moeilijk, in dezen jongen man, die een gunstigen indruk maakt en die volgens zijn zeggen, erg naar zijn vrouw verlangt, met wie hij al vijf jaren gelukkig getrouwd was, een vadermoordenaar te zien.
Hoe het met zijn broer ging, wist Bakker niet, maar hij was zeker, dat deze hem gauw volgen zou, daar hij overtuigd was van diens onschuld.
Herhaalde malen drukte hij er zijn verontwaardiging over uit, dat hij op eigen kosten naar huis terug moest gaan, maar, zooals hij zeide, hij gaf het reisgeld met pleizier.
Met deze woorden nam hij afscheid.

29-12-1909

KORTE MEDEDEELINGEN.

Naar de Mepp. Crt. verneemt is ook Klaas Bakker, de tweede verdachte in de Koekanger moordzaak, op vrije voeten gesteld.

01-01-1910

DE MOORD TE KOEKANGE.

Men meldt aan de N. Rt. Ct.:
Klaas Bakker heeft aan den veldwachter bekend den driedubbelen moord te Koekange te hebben gepleegd.
Hij is gisteren gevankelijk naar Assen gebracht.

01-01-1910

DE MOORD TE KOEKANGE.

Bij informatie is ons gebleken dat het door ons uit de N. Rt. Ct. overgenomen bericht, als zou Klaas Bakker bekend hebben (zie voorpagina) niet geheel juist is.
Zeker is alleen, dat Klaas opnieuw gearresteerd en naar Assen gevoerd is.
In het dorp Koekange loopt nu het gerucht - maar meer dan een gerucht is het nog niet, - dat Klaas zou bekend hebben.
Officieel is daarvan niets bekend, zoo min als van een ander gerucht, volgens het welk Klaas zou geschoten hebben op den naasten buurman van Bakkers vermoorden vader, die indertijd getuigd heeft dat hij de gebroeders Bakker 's avonds vóór den moord in de nabijheid van de woning huns vaders gezien heeft.
Volgens nog nader bericht zou Bakker op de strikvraag des Koekanger veldwachters, of hij medeplichtigen had gehad, geantwoord hebben: "Neen, ik heb 't alleen gedaan," en zou dit de reden van zijn arrestatie zijn.

05-01-1910

DE DRIEVOUDIGE MOORD TE KOEKANGE.
BEKENTENIS VAN KLAAS BAKKER ?

't Moet wel waar zijn, dat Klaas Bakker uitlatingen heeft gedaan, die naar een bekentenis zweemen.
't Verbijsterende geval, dat Klaas, enkele dagen na zijn vrijlating uit de voorloopige hechtenis, zou hebben bekend den driedubbelen moord te hebben bedreven, moet zich volgens de Mepp. Crt. als volgt hebben voorgedaan.
De veldwachters Kracht en Mobach gingen Donderdagochtend 10 uur het veld in.
Zij passeerden het huis van Klaas Bakker.
Zij zagen den man, die sinds Vrijdag te voren weer de vrijheid genoot op de deel staan met een bezem in de hand.
De veldwachters merkten op dat de bezem - toen Klaas hen zag komen - in zijn handen begon te beven.
Beide politiemannen stapten zijn huis binnen en Mobach zei: "zeg eens Klaas, hoe is dat met dien sleutel?"
(De sleutel van het huis van den vermoorden Bakker moet n.l. bij de broeders gevonden zijn. Roelof Bakker, broer van Klaas, zegt den sleutel steeds in zijn bezit te hebben gehad, wat Klaas ontkent.)
Al sprekende over deze kwestie, zei plotseling een der politiemannen: "Zeg het nou maar Klaas, is je broer Roelof niet je medeplichtige geweest?"
"Nee, ik heb het alléén gedaan" - klonk het van Klaas' lippen.
Onmiddelijk greep Kracht de boeien en wilde die aanleggen.
Klaas ontkende, de handen naar boven.
Maar 't hielp niet.
De veldwachters namen hem mee.
Voor den burgemeester te de Wijk geleid, ontkende Klaas alles.
De veldwachters hielden echter vol, waarop de burgemeester telegrafisch den officier van justitie verwittigde, die aanstonds per trein naar Meppel toog en vandaar per rijtuig naar de Wijk.
Ook nu weer ontkende Klaas.
Hij werd naar Assen getransporteerd.
Wij hooren dat hij ook daar blijft ontkennen.
In den trein, tusschen de beide veldwachters zittende, barstte Klaas plotseling in snikken uit en zei: "Och, maak het toch niet te slim. 't Is niet veur mi'j of mien vrouw, maar veur mien arme kinder."
De geruchten als zou op den buurman Fermin, die bezwarende getuigenis voor Klaas aflei, zijn geschoten, zijn uit de lucht gegrepen.

02-02-1910

DE MOORD TE KOEKANGE.

De "bekentenis" van Klaas Bakker aan den veldwachter heeft geen verder gevolg gehad.
Klaas is weer in vrijheid gesteld.

27-07-1910

DE DRIEVOUDIGE MOORD TE KOEKANGE.

Ieder herinnert zich nog deze gruwelijke moordhistorie, waarvan drie personen, de 60-jarige Bakker, zijn huishoudster en een jonge scheper, de slachtoffers werden.
Lang heeft de politie gespeurd.
De beide zoons van den vermoorde, Klaas en Roelof, zijn langen tijd als de vermoedelijke daders in arrest geweest, doch men heeft ze wegens gebrek aan bewijs weer moeten loslaten.
Thans is ook, naar de Mepp. Ct. meedeelt, aan de beide gebroeders het geld teruggegeven (ruim f 300) dat door de politie in het schapenhok bij het huis van hun vermoorden vader gevonden is.
En hiermee is zeker, althans voorloopig, het deksel op den doofpot gedaan.

31-08-1910

KORTE MEDEDEELINGEN.

In het verslag, door den procureur-generaal te Leeuwarden over 1909 aan  Ged. Staten van Drenthe uitgebracht, wordt naar aanleiding van den drievoudigen moord te Koekangerveld gezegd:
"Aangezien het onderzoek in deze duistere zaak nog wordt voortgezet, mag men hopen, dat de schuldigen hun straf niet zullen ontgaan."

10-05-1911

DE DRIEVOUDIGE MOORD TE KOEKANGERVELD.

Men herinnert zich nog de afschuwelijke misdaad in die eenvoudige hut in het Koekangerveld, in den avond van 2 September 1909, toen de 60-jarige Hendrik Bakker en zijn huishoudster Hendrikje Bierman, benevens de jonge schaapherder Jan Winters gruwelijk werden vermoord.
Als verdacht van deze misdaad werden indertijd de gebroeders K. en R. Bakker, zoons van den verslagene, een tijdlang in hechtenis genomen, omdat er tegen hen zeer sterke vermoedens waren.
Bij gebrek aan bewijs werden ze echter weer op vrije voeten gelaten en daarmee scheen de zaak te zijn doodgebloed.
Thans echter heeft opnieuw een opzienbarende hechtenis plaats gehad.
We vernemen de volgende bijzonderheden.
Na den moord is de vader van den vermoorden schaapherder (Jan Winters) gehuwd met de weduwe Van Achteren.
Een broeder van den schaapherder (Barteld Winters) vertrok na den moord naar Duitschland, doch kwam in het voorjaar weer terug.
Hij werd ziek en stierf den 1en Maart j.l.
Op zijn sterfbed maakte hij zijn stiefmoeder bekend, dat hij een geheim had en dat hij niet van 't leven wilde scheiden, alvorens dat te openbaren.
Hij bekende dan, dat hij met zijn vader, Jan Winters, den drievoudigen moord had bedreven, waarvan ook zijn broeder als slachtoffer viel.
Zaterdagmorgen nu, (na een aantal bange dagen doorgebracht te hebben) gaf de stiefmoeder een briefje mede met den postbode D. Smit waarin zij aan den rijksveldwachter Kracht te Koekange melding maakte van het geheim, dat haar was toevertrouwd.
Direct ging deze met den onbezoldigden rijksveldwachter Pool naar het huis van den verdachte, die te bed lag en onmiddelijk in arrest werd genomen.
De vrouw bleef bij haar verklaring; de man ontkende.
Winters is geboeid naar de Wijk overgebracht, doch volgens een later bericht is hij weer op vrije voeten gesteld.
Van de meest bevoegde zijde verneemt de "Ass. Ct.", dat er geen enkele reden is, om den man te verdenken, en dat de indruk is verkregen, dat de zoon in ijlenden toestand verkeerde, toen hij die uitroepen deed.
De jongen was steeds erg onder den indruk van den moord in het Koekangerveld en wilde daarom ook niet bij zijn vader komen inwonen.
In zijne ziekte was hij dikwijls van de zaak vervuld en 't was dus geen wonder, dat hij in koortsachtigen toestand het daarover had.

13-05-1911

DE DRIEVOUDIGE MOORD IN 'T KOEKANGERVELD.

Op het sensationeele bericht, dat er iemand gearresteerd was geworden onder verdenking, dat hij zijn eigen zoon (het 16-jarig schaapherdertje) en diens baas en de huishoudster zou hebben vermoord, is spoedig de mededeeling gevolgd, dat de man na verhoor te Assen weer op vrije voeten is gelaten, omdat gebleken moet zijn, dat de door zijn anderen zoon op diens sterfbed tegen hem uitgebrachte beschuldiging in ijlende koorts zou zijn uitgesproken.
Een verslaggever van de Meppeler Ct. is op onderzoek uitgegaan, en aan zijn relaas ontleenen we het volgende.
Hij heeft de vrouw van den beschuldigde Winters opgezocht.
Ze is pas sinds December j.l. de vrouw van Winters.
Zelve is ze moeder van een paar nog jonge kinderen.
Winters, een man van 53 jaar, heeft z'n kinderen al groot.
Hij kon dus voor haar heel goed den kost verdienen; daarom had ze in een huwelijk toegestemd.
Maar 't had haar berouwd.
Barteld, een der zoons uit het eerste huwelijk van Winters, had in Duitschland gediend, was ziek teruggekomen.
Soms lag hij in ijlende koorts.
Dan richtte hij zich moeizaam op en riep met angst in zijn stem: "Moeder, moeder, daar staan ze alle drie o! God!"
En dan viel het vermoeide lichaam weer neer in het kussen.
Den 28 Februari is hij gestorven.
Op zijn sterfbed zei hij, dat hem iets op 't hart lag, dat er af moest.
En toen riep hij tot z'n stiefmoeder: "Daar is het mes, waarmee ze vermoord zijn, vader en ik hebben het gedaan, vader heeft de sleutel genomen, en de bloedige vlekken op het oorijzer zijn afkomstig van mijn vingers!"
De vrouw schrok hevig en de vader viel op de knieën en smeekte zijn zoon niet zoo te spreken.
De vrouw dacht er het hare van, want de stervende was, toen hij de vreeselijke beschuldiging uitsprak, zeer kalm geweest.
Van dien tijd af werd het gedrag van haar man zonderling.
Hij ging te bed liggen als hem naar het oordeel der vrouw niets mankeerde.
Des nachts hoorde ze hem zwaar zuchten en steunen, en wanneer ze dan vroeg wat hem scheelde, kreeg ze stug ten antwoord: "niks," en dan trok hij het dek geheel over z'n hoofd.
In de bedstede was een touw gemaakt voor 'n steuntje ten behoeve van den man, maar de vrouw had het weggenomen....... ze vertrouwde haar man niet meer.
Het leven der vrouw was nu geen leven meer.
Ze wantrouwde haar man en telkens drong zich de vraag aan haar op: was ze wel veilig bij hem?
Eerst zorgde ze nu, dat haar 13-jarig dochtertje de deur uit kwam.
En toen haar man aldoor in zichzelf gekeerd bleef, ja toen ze erger vreesde, besloot ze er een eind aan te maken.
En Zaterdagmorgen, toen de bode de Meppeler Courant bracht, verzocht ze dezen even mee in het achterhuis te gaan.
Daar schreef ze haastig een paar regels aan Kracht, den rijksveldwachter, waarin ze dezen verzocht spoedig te komen, daar haar man bij den moord betrokken was.
Ze verzocht den bode dit schrijven mede te nemen, en deze voldeed aan dat verzoek.
Nauwelijks had Kracht het briefje gelezen, of hij snelde met den onbezoldigden rijksveldw. Pool naar 't Koekangerveld, naar het huis van Winters.
Deze lag weer te bed, een doek om het hoofd.
Hij zei, dat hij ziek was, maar z'n vrouw telde die ziekte zoo erg niet.
De veldwachters drongen er op aan, dat hij zou opstaan.
Hij deed zulks, werd toen dadelijk geboeid en naar de Wijk vervoerd.
Zondagmorgen met den eersten trein werd hij naar Assen gebracht.
De geheele politiemacht van de gemeente de Wijk escorteerde den verdachte, met het oog op mogelijke ongeregeldheden.
Zondagavond is Winters weer op vrije voeten gesteld.
De ontmoeting tusschen man en vrouw (deze laatste werd ook te Assen in verhoor geroepen) was vrij hartelijk.
Bij 't verhoor moet Jan Posthoorn te Zuidwolde, bij wien Winters ten tijde van den moord diende, getuigd hebben, dat Winters op dien avond vroeg naar bed is gegaan en 's anderen morgens op den gewonen tijd is opgestaan.
Dus blijft de zaak duister.
De een na den ander is nu reeds verdacht geweest, maar tegen niemand is voldoende bewijs verkregen.

13-12-1913

DE MOORD IN HET KOEKANGERVELD.

Te Meppel gaat het hardnekkig gerucht, dat men den dader van den afgrijzelijken moord, voor ruim twee jaar in het Koekangerveld gepleegd, waarbij de veehandelaar Bakker, zijn huishoudster en zijn knecht gewelddadig werden om het leven gebracht, op het spoor is.
Het moet zekere V. N. zijn, op het oogenblik in Duitschland vertoevend.

17-12-1913

DE MOORD IN HET KOEKANGERVELD.

Omtrent het te Meppel loopend gerucht, dat men den dader van den voor ruim twee jaar in het Koekangerveld gepleegden drie-dubbelen moord op het spoor zou zijn, verneemt het Nbl. v. h. N. nog het volgende:
De bij dat gerucht als dader genoemde persoon v. N. was vroeger buurman van den vermoorden schapenkoopman Bakker, die met zijn huishoudster en jongen herder vermoord werd.
Reeds kort na den moord werd hij verdacht en gearresteerd.
Bij gebrek aan bewijzen moest men hem weder laten gaan.
V. is later naar Duitschland vertrokken, waar zijn vrouw, altijd volgens de geruchten, hem dezer dagen den moord moet verweten hebben.
Om haar mond voor altijd het zwijgen op te leggen, zou hij haar daarom vergiftigd hebben, voor welk misdrijf hij thans in Duitschland gevangen zou zitten.
Naar het Nbl. v. h. N. verneemt, weet de justitie te Assen echter nergens van af.

27-08-1915

DE DRIEVOUDIGE MOORD TE KOEKANGE.

In Sept. 1909 werd te Koekange (Drente) een drievoudige moord gepleegd, waarvan de daders steeds onbekend zijn gebleven.
De Avp. verneemt thans, dat zich een persoon uit die streek schriftelijk heeft gewend tot den burgemeester zijner woonplaats met de mededeeling dat hij in staat is belangrijke aanwijzingen te geven.
Een onderzoek naar die bewering wordt ingesteld.

31-08-1915

KORTE MEDEDEELINGEN.

Aan de N. Rt. Ct. wordt gemeld, dat er ter plaatse niets bekend is omtrent beweerde aanwijzingen betreffende den op 1 Sept. 1909 gepleegden drievoudigen moord te Koekange.

03-09-1915

DE DRIEDUBBELE MOORD TE KOEKANGE.

De Avondp. meldt nader:
Eenige weken geleden heeft zich iemand, zekere H. K., schriftelijk gewend tot den burgemeester van de gemeente de Wijk, waarbij hij verklaarde in staat te zijn aanwijzingen te kunnen geven in deze moordgeschiedenis.
Van dit schrijven is mededeeling gedaan aan den officier van justitie te Assen, die daarna een onderzoek heeft bevolen.
De schrijver van dien brief, B. G. H. K., is daarna op 24 Augustus vanwege den officier van justitie te Assen gehoord.
Wij vernemen thans, dat naar aanleiding van deze mededeelingen het onderzoek is voortgezet, waarbij gebleken moet zijn, dat een persoon, H. D., tegenwoordig is geweest bij den gepleegden moord.
Deze H. D. was in den bewusten nacht in den omtrek van Koekange verdwaald en had onderdak gevonden in de woning van den vermoorden schaapherder, waardoor hij - geheel toevallig - getuige werd van het drama, dat aldaar dien nacht is afgespeeld.
Naar men beweert, moet de moord zijn geschied door 4 personen, onder wie een vrouw (die inmiddels overleden is).
Als hoofdschuldige wordt genoemd zekere E. V., die reeds lang verdacht werd en in die buurt woonachtig is.

03-09-1915

HOOGEVEEN, 3 Sept. (Per Tel.)

In verband met de dezer dagen in de pers gegeven berichten betreffende den voor eenige jaren te Koekange gepleegden driedubbelen moord heeft een correspondent een bezoek gebracht aan de gebroeders Klaas en Roelof Bakker en Evert Victorie.
De laatste, die in de berichten als hoofdschuldige wordt aangewezen, nam de zaak zeer kalm op en verklaarde een gerust geweten te hebben.
Wel verklaarde hij, dat hij op den bewusten avond op korten afstand van de hut van Bakker, waar de moorden gepleegd zijn, is gepasseerd.
Deze V. is destijds wel verdacht geworden en tweemaal door den rechter van instructie gehoord.
Ook is huiszoeking bij hem gedaan, doch er waren geen andere aanwijzingen dan dat hij een paar plekken op zijn gezicht had, waarvan de herkomst niet duidelijk was.
De gebroeders Bakker erkenden zelf, dat zij meest voor de daders worden aangezien.
Klaas verklaarde dat volgens zijn meening de schuldige zou zijn geweest zekere A., die kort na het misdrijf is overleden.

07-09-1915

DE MOORD TE KOEKANGE.

De Meppeler Crt. trekt de geloofwaardigheid van de in de Avondpost vermelde aanwijzingen omtrent de daders van den drievoudigen moord te Koekange zeer in twijfel.
Indien het bericht op waarheid berustte, dan zou, meent het blad, de als hoofdschuldige verdachte reeds lang achter slot en grendel zitten.
Maar de man loopt nog vrij en frank door de Drentsche heide.
Verder moet er hier nadrukkelijk op gewezen worden, dat door H. D. niet E. V. als dader genoemd wordt, maar iemand met een naam met andere voorletters.
Door bovenstaand bericht wordt E. V. dus onverdiend in een verdacht licht gesteld.
Wie B. K. dan wel heeft genoemd, zullen wij niet trachten uit te vorschen, om de eenvoudige reden, dat de zegsman niet tot de geloofwaardigsten gerekend kan worden.
Een paar doktoren moeten dan ook reeds verklaard hebben, dat men hier met iemand te doen heeft, die in zijn geestvermogens gekrenkt is.
Een feit is het, dat hij aan een met verlof thuis zijnden militair uit Koekange verteld heeft, dat hij wel wist, wie de daders waren, althans, dat hij wel heel belangrijke inlichtingen kon geven, daar hij bij den moord was tegenwoordig geweest.
De militair achtte het daarom zijn plicht, dit aan den burgemeester van de Wijk schriftelijk mede te deelen.
Wat dan ook geschied is.
De burgemeester heeft daarna den officier van justitie te Assen met dit schrijven op de hoogte gesteld, die daarna een onderzoek aan den opperwachtmeester alhier heeft opgedragen.
Voorzoover dit laatste betreft, is het bericht dus juist.
Het schijnt echter, dat genoemde H. D. een verhaal heeft gefantaseerd, waaraan hij later zelf is begonnen te gelooven.
Zoo zou hij door een opening in den muur zijn gekropen en daarna door een der moordenaars tot over een afstand van vijf tot zes kilometer zijn vervolgd, tijdens welke vervolging de moordenaar hem maar aldoor op den rechterarm sloeg!
Van de hut tot aan de Hoogeveensche Vaart toe!
Nu was de opening in den muur zoo klein, dat er zelfs de lenigste "slangenmensch" niet door kon; en dan die achtervolging.
Zoo moet de man nog meer onwaarschijnlijkheden verteld hebben, verhalen, die alle wijzen op enigszins getroebleerde geestvermogens.
Hoe jammer het dus ook zij, wij meenen gerust te mogen voorspellen, besluit de Mepp. Crt., dat het onderzoek, ook na deze "onthullingen", nog niet eenig licht in deze vreeselijke geschiedenis zal brengen.

11-03-1924

DE DRIEVOUDIGE MOORD IN HET KOEKANGERVELD, NU 15 JAAR GELEDEN.

Zaterdag is te Assen gevankelijk binnengebracht Lambert Pomp, gearresteerd bij zijn schoonouders te Fort Zuidwolde, in verband met den drievoudigen moord, gepleegd in den nacht van 2 op 3 September 1909, op den 60-jarigen Hendrik Bakker, zijn 35-jarige huishoudster Hendrikje Bierma, en den jeugdigen schaapherder Jan Winters in het Koekangerveld.
Velen van onze lezers zullen zich dezen indertijd zeer veel geruchtmakenden moord op een eenzame plek in het veld nog wel herinneren.
Daar woonde, in een eenvoudig, met riet gedekte woning, de 60-jarige schapenhandelaar Hendrik Bakker.
Als huishoudster, maar feitelijk met hem samenwonende als vrouw, diende bij hem de 35-jarige Hendrikje Bierma, de gescheiden vrouw van een Staphorster spoorwegarbeider, en verder als schaapherder de 20-jarige Jan Winters, een lichamelijk en verstandelijk achterlijk persoon, niet meer mans dan een jongen van zestien jaar.
Bakker was des daags naar de Meppeler markt geweest, had er twee koppels schapen, samen ruim 100 stuks, verkocht, en was met ongeveer f 600 aan geld naar huis teruggekeerd.
Op de markt te Meppel had de heer H. de Vries, die dicht bij Bakkers woning eenige bijenkorven had staan, hem verzocht, of Bakker hem 's anderen daags zou willen helpen bij het verplaatsen van die korven.
Ja, dat kon wel.
De heer de Vries was 's anderen morgens naar het Koekangerveld gegaan, maar toen hij te ongeveer halftien bij de woning van Bakker gekomen was, had hij tot z'n bevreemding gezien, dat nog niemand op was.
Bij wijze van gordijnen hingen couranten voor de ramen en de hond en eenige kippen liepen op het erf, maar van de bewoners vond hij geen spoor.
De heer de Vries riep bij de voordeur, riep nog eens, maar kreeg geen gehoor.
Hij begaf zich toen naar den bijenstal van Bakker.
Op weg daarheen zag hij in een slootje het vreeselijke verminkte lijk van den schaapherdersjongen liggen.
De jongen was blijkbaar eerst met een dikken stok half dood geslagen en daarna was hem nog een mes door de keel gehaald.
Juist kwam de dokter uit de Wijk aangereden.
De heer de Vries riep hem aan, waarna de beide mannen saam een nader onderzoek instelden.
In den hoek bij zijn omgeworpen stoel lag op den grond het lijk van Bakker, met afgesneden hals en een zware wond aan het hoofd, waarschijnlijk veroorzaakt door een knuppelslag.
Tusschen de tafel en een hoop turven lag het lijk der huishoudster op een blijkbaar uit een bezem getrokken steel, dien ze waarschijnlijk nog tot verweer zal hebben gebruikt.
Zij was geworgd en had een wond boven het oog.
In de bedstede van den herdersjongen, dadelijk bij de deur, waren een paar steenen uit den buitenmuur gebroken.
Waarschijnlijk heeft de jongen in wanhoop nog geproefd een gat in den muur te maken, om daardoor aan de moordenaarshanden te ontsnappen, maar toen hij er een paar steenen uit had, zullen de andere te vast gezeten hebben.
De jongen is er toen nog in geslaagd het bed en de woning te ontvluchten, doch al te spoedig heeft de moordenaar hem achterhaald en neergeknuppeld.
Zoo was de situatie, zooals ze door de beide mannen werd gevonden.
Langen tijd heeft deze gruwelijke gebeurtenis de aandacht gaande gehouden.
Tal van personen zijn als verdacht van den moord of van medeplichtigheid gearresteerd geweest.
Eerst werd voornamelijk de schuld geworpen op een 28-jarigen strooper P. B. en nog zekeren E. T., van wie de eerste zelfs tot tweemaal toe werd gearresteerd.
Maar tenslotte moesten ze in vrijheid worden gesteld.
Daarna hebben de beide zoons van den vermoorde langen tijd onder verdenking gestaan.
Zij konden het met hun vader, sedert deze een jonge huishoudster bij zich had genomen, niet best vinden.
Er waren verschillende aanwijzingen, die tegen hen getuigden en een buurman beweerde zelfs, dat hij beiden op den bewusten avond bij 't huisje van hun vader had gezien en hun stemmen herkend, maar de zoons bleven ontkennen en ook in deze richting is ten slotte deze duistere zaak niet tot oplossing gebracht.
Thans, na bijna vijftien jaren, schijnt er dan eindelijk licht te zijn ontstoken.
Nadere bijzonderheden zijn nog niet bekend.
De politie en de justitie laten omtrent de gronden voor deze arrestatie niets los.
Wel heet het volgens een gerucht, dat de politie op 't spoor van den moordenaar zou gekomen zijn tengevolge van mededeelingen in brieven, ontvangen van een broer van Pomp, die in Amerika vertoeft.
Lambert Pomp is ongeveer 40 jaar oud en woonde tot voor kort met zijn vrouw en kind in een woonschip, liggende in de Reest te Meppel.
Den laatsten tijd echter verbleef hij ten huize zijner schoonouders in verband met het feit, dat deze 40 jaar getrouwd waren.
't Was den omwoners opgevallen, dat de politie zich de laatste vijf à zes weken zoo dikwijls in deze omgeving ophield.
Volgens de Tel. ontkent de aangehoudene aan den drievoudigen moord schuldig of medeplichtig te zijn.

15-04-1924

KORTE MEDEDEELINGEN.

Gisteren heeft de justitie in vrijheid gesteld L. P., verdacht van den drievoudigen moord, die in 1909 in het Koekangerveld gepleegd is.